donderdag 30 juni 2011
Hellfest redux
Dag vier van Hellfest, daar had ik het nog niet over gehad. Het bleef deze laatste dag grotendeels droog maar wel bewolkt. Voor de sfeer maakte het echter weinig uit. Rond hald twaalf stelden we ons op voor Main Stage 2 voor de viking metal van Turisas. Er bleken echter wat technische problemen te zijn waardoor de band op zich liet wachten. Dat voorspelde niet veel goeds, aangezien al eerder duidelijk was geworden dat de organisatie zich erg strak aan het tijdschema hield en bands niet absoluut niet uit mochten lopen. Dat hebben wij en Turisas geweten. De band kwam uiteindelijk, speelde een alleszins verdienstelijke set (waarbij de technische geluidsproblemen helaas nog niet allemaal opgelost bleken) en moest na een karige vier (!) nummers alweer bedanken. Twee van die nummers waren gelukkig 'Holmgard and Beyond' en 'Battle Metal', maar toch was het jammer dat er niet meer in het vat zat.







Het stelde ons wel in staat om op nét op tijd de tent in te lopen waar het Eindhovense Last Days of Humanity haar goregrind liet klinken. We hadden echter beter buiten kunnen blijven want de optreden was echt abominabel.
Nou verkeerden wij ook in de veronderstelling dat de band opgeheven was. En we herkenden ook niemand van de leden die het podium bevolkten. Dat op zich was niet zo erg, maar de band kampte (ook al) voortdurend met technische problemen en bleek geen enkel contact met het publiek te maken. Tijdstip en plaats waren ook al niet ideaal voor deze muziek, en het gevolg was een beroerd optreden dat ik het liefst zo snel mogelijk wil vergeten. Ik heb ze wel eens beter gezien. Meerdere keren zelfs. Het grootste raadsel is achteraf misschien wel, waarom het Franse publiek ondanks de povere kwaliteit van het gebodene toch nog behoorlijk enthousiast was. Misschien waren ze nog niet helemaal wakker?

Wél wakker was iedereen het daaropvolgende Atheist. Ik had deze pioniers van de technische death metal nog nooit live gezien en was blij dit gemis goed te kunnen maken. Ik moet bekennen dat ik alweer een aantal jaren geen CD van de band meer in de speler gehad heb. Maar de oude deuntjes zaten er nog goed in en maakten dit een zonder meer geslaagd optreden (setlist).

Hetzelfde kan gezegd worden over de Grieken van Firewind. Hun power metal is naar mijn smaak soms nét iets lichtvoetig, maar live is dat niet zo'n bezwaar. Even meende ik ook, dat ze een onherkenbare cover speelden van Bowie's 'Time', maar dit bleek bij nader inzien niet het geval (zie de setlist). Desondanks een prima optreden. Gitarist Gus G. zouden we later die dag nog terugzien in de band van Ozzy.

Naar Orphaned Land was ik wel benieuwd. Ik ken deze Palestijns-Israelische (!) band vooral uit de prima documentaire Global Metal. Live bleken ze helaas het muzikale equivalent van D66: Door en door sympathiek en aan elkaar hangend van goede bedoelingen. Maar nergens sneed het echt veel hout. Hun enthousiaste Libanese buikdanseres veranderde daar weinig aan. In het najaar komen ze in Arnhem, dan krijgen ze een tweede kans.





Omdat de ongein van Duff McKagen niet aan mij besteed was heb ik even over de markt gestruind en een Godflesh T-shirt gekocht. Ruim op tijd stonden we echter weer voor Main Stage 2 voor de band waar ik na Bolt Thrower en Monster Magnet het meest naar uitkeek: Pain of Salvation. De progressieve metal van de Zweden kwam op het grote podium niet helemaal uit de verf, maar toch werd dit een van de hoogtepunten van Hellfest. De setlist vormde een dwarsdoorsnede van het oeuvre van de band en ik kende niet alle nummers, wat bij complexe muziek als deze soms onhandig is. Maar toch had ik graag gehad dat de set wat langer duurde dan de schamele drie kwartier die er nu voor uitgetrokken waren. Zo goed als vorig jaar in Uden was het niet. Maar toch. Het hoogtepunt van vandaag en een van de betere optredens van Hellfest.







Om even bij te komen en omdat de vermoeidheid toe dreigde te slaan hebben we hierna even de tent opgezocht. Daardoor misten we (voor de zoveelste keer) Cavalera Conspiracy maar we waren op tijd terug voor Anathema. Omdat ik de muziek van deze softies live niet optimaal tot haar recht vind komen waren mijn verwachtingen niet bepaald hooggespannen. Maar eerlijk is eerlijk: het viel me honderd procent mee. Net als bij een sterk verwante band als The Gathering is dit geen muziek die echt op een festival past. Maar desondanks heb ik het tot het einde volgehouden en zakte de boel nergens in. Dat heb je soms. (setlist)

Hele andere koek, althans in muzikaal opzicht, was het hierna aantredende Morgoth. Deze band is eigenlijk het enige substantiele dat Duitsland ooit aan de death metal heeft bijgedragen. Twintig jaar geleden is het alweer dat hun CD Cursed uitkwam en omdat te vieren speelde de band die in z'n geheel. Ik schat dat het ook ongeveer wel twintig jaar geleden was dat ik iets van deze band beluisterd had, maar het optreden was er niet minder om. Brute old school death metal. Niet meer en niet minder. En dat is een compliment.

Er volgden nog meer Duitsers, want hierna nam Doro bezit van het hoofdpodium. Dat hebben wij echter hoofdschuddend aan ons voorbij laten gaan om helemaal fris te zijn voor Judas Priest.
Met deze band had ik zéér uiteenlopende ervaringen. In 1990 heb ik ze (in Arnhem!) gezien tijdens de Painkiller tour en dat was een legendarisch optreden. Een paar jaar terug op Graspop echter bleek de band vervallen tot een clubje ouden van dagen dat een hemeltergend slecht optreden neerzette. Logisch dus dat ik niet bepaald stond te trappelen.
Maar gelukkig, (ook) hier bleek ik er naast te zitten. Misschien komt het omdat deze Epithaph tour naar eigen zeggen hun laatste is. Of omdat ze een jong broekie als nieuwe gitarist hebben. Of misschien kwam het doordat de zeer uitgebalanceerde set aan elkaar hing van klassiekers. Maar hoe het zij, het werd een alleszins acceptabel optreden waarbij zelfs de bizarre motoriek van de toch echt wel oud wordende Rob Halford niet echt afleidde. Dit smaakte naar meer en dat komt goed uit want volgende maand op Sziget hoop ik de band opnieuw te zien.

Naar het optreden van Therion hierna keek ik niet uit. Op CD doet het me weinig meer en live vond ik het altijd een gruwel: de orkestpartijen die uit de zakjapanner komen, de ingestudeerde theatrale pasjes en gebaartjes, de overvloed aan zangers en zangeressen... Het kon me eigenlijk gestolen worden. Maar omdat ik de Zweden graag een nieuwe kans gunde heb ik het toch over me heen laten komen. Al mijn bezwaren bleken nog steeds geldig, maar toch was het aanzienlijk minder stuitend dan ik vreesde. De gastrol van de danseres van Orphaned Land hielp daar ongetwijfeld ook wel bij, maar bovenal moest ik concluderen dat Therion-opperhoofd Christofer Johnsson gewoon soms best wel aardige muziek maakt. Jammer genoeg bestond het grootste deel van de set uit nummers van de CD's na Deggial, toen ik al afgehaakt was. Maar toch, Therion heeft zich enigszins gerevancheerd.

Het was inmiddels al bijna half twaalf en nog was de koek niet op. Zo'n beetje iedereen leek zich op te maken voor het optreden van Ozzy Osbourne en hoewel ik daar nou niet bepaald een fan van ben deden wij dat ook maar.

Het optreden was in zekere zin onthutsend. Onthutsend omdat Ozzy de weg wel héél erg kwijt leek te zijn en je je onwillekeurig af ging vragen of het wel ethisch verantwoord was om hem een podium op te sturen. Zelden iemand zó verdwaasd rond zien lopen. In eerste instantie ben je nog geneigd te denken dat het een kunstje is. Maar daarvoor kwam het helaas toch te oprecht over. Van een grote show of speciale effecten was ook geen sprake. Alles draaide om Ozzy en zijn bizarre act. Daarbij was het opvallend dat hij steeds een volgspot op zich gericht had die zijn hoofd recies in de schaduw hield. Ik weet niet of dit opzettelijk gebeurde, maar het droeg bij aan het surrealistische effect.

De setlist bestond uit een mix van Black Sabbathnummers en een selectie uit Ozzy's eigen repertoire. Een enkele keer zat daar een klassieker tussen (Mr. Crowley!) maar helaas ook veel ellende. Halverwege zijn we dan ook vertrokken, en zo konden we nog een deel meekrijgen van de prima set van Hawkwind. Deze zweefkezen bleken in een van de tenten stevig tekeer te gaan, ondersteund door psychedelische projecties en mimespelers op stelten (!).

Het was inmiddels één uur en nóg was het feest niet voorbij. Als toetje konden we kiezen uit Cradle of Filth, Kyuss Lives of Opeth. Het werd die laatste. Wat ik hoorde klonk (tegen de verwachting in) prima, maar ik was inmiddels zó moe dat het grotendeels langs me heen ging. Het was mooi geweest. Het printje met het programma dat ik van thuis had meegenomen was inmiddels (zie foto hieronder) honderden keren open- en dichtgevouwen, bekrast, met bier en zand besmeurd en nat geworden in de regen. Het ging als trofee terug mee naar huis.

Niet dat we hierna rustig konden gaan slapen. We hadden nog anderhalf uur om onze tent af te breken, waarna de bus richting Nederland op ons wachtte. Het zou nog een slordige 17 uur duren voordat we weer thuis waren. Maar dat is iets voor een andere post.

En wat vond ik nou helemaal van Hellfest? In vrijwel alle opzichten was het een meer dan geslaagd festival. De lineup was van tevoren al fantastisch en bleek ter plaatse nog een aantal onverwachte verrassingen in petto te hebben. De sfeer was over het geheel genomen prima en deed niet onder voor festivals in Duitsland of België. Het zegt iets over de internationale verbroedering tussen metalfans.

Organisatorisch vielen een aantal zaken op. De opzet van het festival is kleinschalig, maar helaas was het aantal bezoekers hier niet mee in verhouding. Zoals ik in een eerdere post al beschreef had dit tot gevolg dat het terrein vaak overvol was. Dit bleek verreweg het grootste minpunt van Hellfest. Volgend jaar gaat men naar een nieuw terrein, mogelijk zijn deze problemen dan voorbij.

Op de camping viel op dat er de faciliteiten soms wat karig waren. Het aantal waterkranen en toiletten was voldoende, maar ook niet meer dan dat. Erg raar was, dat je voor het gebruik van (drink-)water en douches een apart polsbandje à €6 moest kopen. Dit maakte alles nodeloos ingewikkeld. Even curieus was de verplichting om een plastic drinkbeker aan te schaffen die je, anders dan op bijvoorbeeld Wacken, niet kon retourneren. Het had tot gevolg dat we steeds met ons bekertje liepen. Op de derde dag bleken de bekertjes op en werd het bier alsnog in wegwerpbekers uitgeschonken. Voor iedereen, organisatie én bezoekers, een nogal onhandig systeem.

Tegenover deze minpunten staat gelukkig veel positiefs. Op het festivalterrein bleek de voedsel-, en drankvoorziening anders dan op de camping uitstekend geregeld. Sterker nog: afgezien van Sziget heb ik nooit een festival meegemaakt waarbij de keus aan eten zó uitgebreid was. En ondanks de enorme drukte hoefden we nooit lang te wachten. Hetzelfde geldt trouwens voor de bars. Ook daar geen wachttijd van betekenis. De prijzen van alles vielen dan ook nog eens mee. Kortom, op dit punt viel weinig te klagen

En met dit laatste kun je zo'n beetje heel Hellfest samenvatten. Het is één van de leukere festivals waar ik geweest ben en het moet wel heel raar lopen willen ze mij volgend jaar niet terugzien in Clisson

(Enkele foto's die ik op het festival gemaakt heb kun je terugvinden op mijn Flickrpagina. De optredens op het hoofdpodium zijn voor een deel integraal hier terug te zien. Ga vooral ook even kijken op de site van het fotografencollectief Il pleut encore, die een prachtige serie portretfoto's gemaakt hebben van bezoekers van het festival)



Labels: ,

 
Gepost door Misha om 22:24 |


0 reactie(s):